Skip to main content

Dealen op straat: wat kan er worden opgenomen in beleid

Drugsoverlast is een groot probleem in meerdere gemeenten en dat vraagt om een gerichte aanpak. Bestuursrechtelijke maatregelen spelen hierin een grote rol. Deze maatregelen, ook wel herstelmaatregelen of herstelsancties genoemd, hebben als doel om overtredingen van de Opiumwet te beëindigen en herhaling te voorkomen. Het uiteindelijke doel? Het tegengaan van de negatieve effecten van drugshandel en -gebruik, zoals verstoring van de openbare orde. Maar hoe werkt dit precies?

Een belangrijk onderscheid moet worden gemaakt tussen bestuursrechtelijke en strafrechtelijke procedures. Waar strafrecht gericht is op het bestraffen van overtreders, zijn bestuursrechtelijke maatregelen bedoeld om de openbare orde te herstellen en herhaling van overtredingen te voorkomen. Denk hierbij aan maatregelen zoals het opleggen van een last onder dwangsom of een gebiedsverbod.

De Opiumwet biedt de wettelijke basis voor wat wel en niet mag met betrekking tot verdovende middelen. Op grond van artikel 149 van de Gemeentewet hebben gemeenten enige speelruimte om aanvullende regels te stellen, zolang deze niet botsen met de exclusieve bevoegdheden van de Opiumwet. Veel gemeenten hebben daarom in hun Algemene Plaatselijke Verordening (APV) een verbod opgenomen om je op openbare plaatsen te bevinden met de duidelijke intentie om drugs te verhandelen of te bemiddelen.  Bij overtreding van dit verbod kan de burgemeester bestuursrechtelijke maatregelen inzetten. We bespreken hieronder twee belangrijke instrumenten: de last onder dwangsom en het gebiedsverbod.

Last onder dwangsom
Een last onder dwangsom is een bestuursrechtelijke maatregel waarbij een overtreder een boete moet betalen bij herhaling van een overtreding. Deze maatregel is gericht op preventie en het ontmoedigen van crimineel gedrag.
Een voorbeeld komt uit de gemeente Den Haag. Burgemeester Jan van Zanen legde een last onder dwangsom op aan jonge straatdealers om drugsoverlast te verminderen. Deze last bedroeg €2500,- per overtreding, met een maximum van €10.000,-, en bleef twee jaar van kracht. Het doel van zo’n last is jongeren te ontmoedigen om verder af te glijden in de georganiseerde criminaliteit.  In Den Haag werd deze maatregel gecombineerd met een persoonsgerichte aanpak (PGA), waarbij hulpverlening en zorg op maat worden afgestemd. Volgens de burgemeester heeft een pilot met deze aanpak positieve resultaten opgeleverd. Een ander voorbeeld komt uit Ermelo, waar een dealer uiteindelijk €5000,- moest betalen na herhaalde overtredingen. Zijn bezwaar werd ongegrond verklaard en de bestuursrechter bekrachtigde de maatregel, wat een belangrijk precedent schept voor toekomstige gevallen.

Gebiedsverbod
Een andere maatregel die kan worden ingezet, is het gebiedsverbod. Op grond van artikel 172a van de Gemeentewet kan de burgemeester een gebiedsverbod opleggen aan personen die de openbare orde verstoren, bijvoorbeeld door te dealen op straat. Dit verbod beperkt de toegang van overtreders tot bepaalde gebieden of specifieke tijdstippen, met als doel de openbare orde te herstellen. Een duidelijk aangegeven verbodsgebied helpt overtreders begrijpen waar zij niet mogen komen. Deze maatregel is vooral effectief in buurten waar drugsoverlast regelmatig voorkomt, om de loop uit de handel te halen en het woon- en leefmilieu weer te laten herstellen in de desbetreffende wijken.
Een voorbeeld volgt uit de gemeente Katwijk. De overtreder werd aangehouden met 5,5 gram harddrugs (cocaïne en heroïne) en een mobiele telefoon waarop oproepen binnenkwamen die verwezen naar drugshandel. De burgemeester van Katwijk legde daarop een gebiedsverbod op voor drie maanden. De rechter oordeelde dat de verkoop van harddrugs geen losstaand incident was, mede gezien de locatie van de aanhouding, die bekendstaat als handelslocatie voor verdovende middelen. Het beroep van de overtreder, waarin hij stelde dat het verbod onterecht en disproportioneel was, werd ongegrond verklaard. Hij kon zijn beweerde sociale contacten en sollicitatieactiviteiten in het gebied niet geloofwaardig onderbouwen, en de rechter beschouwde het gebiedsverbod als proportioneel.

Wat kan worden opgenomen in gemeentelijk beleid?
Om bovenstaande maatregelen effectief te laten zijn, is het maken van goed beleid essentieel. Het is belangrijk dat gemeenten in hun beleid duidelijk definiëren wat onder drugsoverlast wordt verstaan, inclusief activiteiten zoals straatdealen of het in bezit hebben van grote hoeveelheden drugs met de intentie tot handel. Daarnaast moeten beleidsregels criteria bevatten voor het toepassen van maatregelen zoals een last onder dwangsom of een gebiedsverbod, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen lichte en zware overtredingen. Daarbij kan het ook goed zijn om de maximale hoogte van de dwangsom op te nemen en om in het beleid op te nemen dat wordt afgezien van een begunstigingstermijn, omdat het hier gaat om het voorkomen van herhaling. Ook moet het beleid waarborgen bevatten voor juridische toetsing en proportionaliteit van maatregelen, inclusief de mogelijkheden tot het indienen van een zienswijze en voor bezwaar en beroep. Tot slot moet worden opgenomen in het beleid dat er bij uitzondering afgeweken kan worden van de beleidsregel in gevallen waarbij toepassing van de beleidsregel gelet op het te beschermen belang leidt tot onevenredige gevolgen voor belanghebbenden.

Conclusie
De aanpak van drugsoverlast via bestuursrechtelijke maatregelen zoals de last onder dwangsom en het gebiedsverbod toont aan dat gemeenten doeltreffende instrumenten in handen hebben om de openbare orde te herstellen en drugshandel tegen te gaan. Deze maatregelen bieden niet alleen een signaal tegen overtredingen, maar dragen ook bij aan het verbeteren van de leefbaarheid in getroffen wijken. Hoewel er nog uitdagingen zijn, zoals het waarborgen van proportionaliteit en rechtsbescherming, laten de besproken voorbeelden zien dat bestuursrechtelijke handhaving een belangrijke rol speelt in de strijd tegen dealen op straat. Deze uitdagingen kunnen al minder worden door goed beleid te implementeren met daarin duidelijke definities over wat onder drugsoverlast en dealen op straat valt, hoe maatregelen worden ingezet en welke uitzonderingen er zijn. Daarnaast is het belangrijk om scherp te blijven op wat werkt en wat niet, zodat de aanpak kan worden aangepast waar nodig. Het gaat erom dat overtredingen worden tegengegaan en de leefbaarheid in de wijken verbeterd.